In het land van de eeuwige glimlach: Thailand

 Thailand is de belangrijkste toeristische bestemming in Azië, maar is in zekere zin op sterven na dood. Anna heeft haar koning onder de betonnen constructies verloren en de geur van stookolie heeft de zoete geuren van weleer vervangen. Amper 10 jaar nadat Thailand vooral gold als de trekpleister voor Amerikaanse GI's en sekstoeristen, ontdekken nu jaarlijks een stroom toeristen het land van de eeuwige glimlach. Pukhet heeft intussen wel zijn schitterende velden volgebouwd met minderwaardige woningen, in de gouden driehoek is opium door luxetoerisme vervangen en Isâan geldt nu als de laatste schuilplaats van de hippies. Maar wat is er overgebleven van de schilderachtige portretten van Kipling en Conrad?


Tegenwoordig lopen de paradijselijke hotels zoals de Mandarijn, Regent of Dusit leeg, terwijl steeds meer vakantiegangers met goedkope charters aangevoerd worden, en deze zijn minder snel tevreden. Nochtans heeft het land van Rama nog altijd zijn charmes behouden en blijft het eigenlijk een must voor mensen die op zoek zijn naar een vakantiebestemming, die cultuur, natuur, gastronomie en plezier bundelt. Vijf +interessante ideeën voor een reis naar Thailand, die zelfs de meest sceptische reiziger moeten overtuigen.


 

Bangkok: Ondergaande zon op de Chao Pya

Bangkok is een bruisende metropool en het valt onmogelijk te schatten hoeveel inwoners de stad bevolken. Acht miljoen? Twaalf miljoen? Ze weten het zelf niet. Bepaalde lanen, zoals Sukhumvit, strekken zich uit over tientallen kilometers.

Er heerst een permanente bouwwoede, de hoofdstad heeft een luchtmetro, autowegen op verschillende niveaus en een luchthaven die JFK waardig is. De eerste kennismaking met de stad kan op een nachtmerrie uitdraaien. De straten zijn zo overvol dat men niet zelden een paar uur op hetzelfde kruispunt geblokkeerd blijft. Niets dat je aan een stadscentrum doet denken tot je beslist de straten van Chinatown af te schuimen. De lucht is er wel stoffig, maar de door de gidsen aangewezen plaatsen lijken wel eilandjes van rust in een wereld van chaos. Er overvalt je onmiddellijk een heerlijk gevoel, een soort van adrenaline-injectie lijkt het wel. Die indruk blijft vaag maar zegt aanhoudend: dit is een plaats waar alles mogelijk is.

Bangkok is dan ook een plaats van contrasten, een amalgaam van winkels, golfplaten huisjes en immense wolkenkrabbers, met aan de voet van de gebouwen tempeltjes voor de aardgeesten. Politieagenten in bruine uniformen helpen monniken in saffraankleurige gewaden oversteken. Studenten in witte uniformen springen met de GSM in de handen in groene autobussen. Siam Square is uitgegroeid tot een gigantisch commercieel complex.

 Alles verandert in ijltempo, behalve de rivier! Er liggen overal constant tientallen long-tail boats aangemeerd en van die onwaarschijnlijke scheepjes, zo volgeladen dat het lijkt alsof ze op het punt staan om te kapseizen. Verder zijn er +'boot-bussen', zoals de vaporetto in Venetië, maar in Bangkok zijn deze spotgoedkoop. Ze worden begeleid door fluitende kinderen en voor de biljetten staan vrouwelijke verkoopsters in die jongleren met de biljetten alsof ze uit het Circus Bouglione afkomstig zijn. De rivier vertoont een ongehoorde lichtpracht wanneer rond 6 uur 's avonds de zon onder gaat, die daarenboven als een mooie hemelboog door de wolken breekt. Ondanks het chaotische verkeer en geroezemoes in de stad, word je betoverd en overvallen door een algemeen gevoel van tevredenheid bij het aanschouwen van de pracht die Bangkok te bieden heeft.

Bezoek zeker de galerij van de antiquairs naast het Sheraton. Neem vervolgens het aperitief op het terras van het Oriental Hotel. Of beter nog, daal af naar de Marriott Royal-Garden en klim aan boord van de

restaurantboot van Manohra
. Elke dag, rond zeven uur 's avonds, glijdt deze over de rivier door het centrum van Bangkok en van hieruit kun je de bruisende ziel van de stad voelen. De boot vaart tot aan de toegang van de Klongs (kanaaltjes) en stopt vervolgens voor een prachtige doch kitscherige klank-en lichtshow aan Wat Arun. Deze boeddhistische tempel, overdekt met porselein en juwelen, ligt tegenover de bekende Wat Pra Keo, maar wordt veel minder bezocht. Aan boord kan je genieten van exquise gerechten en twee uur lang vergeet je al je zorgen. Deze bootreis is zonder meer de moeite waard. Niet tevreden, geld terug zoals men zegt.... Een absolute aanrader!


 

Pukhet: fusionkeuken in de Gallery Grill

Iedereen is het eens met de stelling dat de Thaise keuken tot de beste ter wereld behoort. In lokale restaurants, van het noorden tot het zuiden, in de grote steden, op de kleine markten en op het platteland, je zal er altijd lekker eten.
Slechts één probleem : de kruiden! Zoals in de meeste tropische landen gebruikt men in talrijke gerechten zeer pikante en pittige kruiden en dat maakt ze soms ongeschikt voor onze gevoelige Europese smaakpapillen. Hoe vaak zitten de autochtonen niet met opscheppers opgescheept, die pretenderen de heetste maaltijden te kunnen proeven en die helemaal rood aanlopen bij de eerste hap van een willekeurige curry? Gelukkig zijn Thai gevoelige en welopgevoede mensen. Ze weten dat pikante kruiden geen spek voor onze bek zijn en nergens aarzelt men dan ook om lichtere maaltijden voor te schotelen of minder pikante kruiden te gebruiken. Je kan dus met een gerust hart vertrekken : de Thaise keuken is lekker en gezond.
Ook aan de rondtrekkende eetstalletjes langs de wegen, de lokale variant van een frietkraam of hotdogstand, kan men tientallen soorten rijst of noedels met groenten, gebraden vlees of satés met plezier verorberen. De saté is eigenlijk een Indochinese en Maleise specialiteit. Merkwaardig genoeg is de beste plaats in Bankok om de plaatselijke satés te proeven uitgerekend de dierentuin van Bankok! Tussen de olifanten, de apen, krokodillen en grote vogels, is er een klein meer met rondom terrasjes die vooral bezocht worden door families uit de buurt.

 Kortom door rond te trekken en een weinig op je reukzin en aangeboren nieuwsgierigheid te vertrouwen kun je de traditionele buffetten van de grote hotels mijden en met de lokale eetcultuur kennis maken zonder kans op teleurstelling.
Natuurlijk kan je na enkele dagen of weken van lokale kost zin krijgen in een lekkere steak, een pizza of zelfs een hamburger. Onnodig om naar McDonalds of de Pizza Hut te trekken, want de hotelscholen leren hun koks ook met westerse invloeden rekening te houden. Vele Thaise koks hebben als aanvulling van hun opleiding in hotels over heel de wereld gewerkt. Michelin begint trouwens steeds meer sterren uit te delen in Thailand. Als je reis in het centrum van het land begint (Bankok), daarna naar het noorden gaat (Chiang Maï) om te eindigen in het zuiden (Phuket of Koh Samui), wacht dan liefst tot de laatste etappe om opnieuw aan te knopen met de westerse keuken.

Phuket, het rijkste en meest toeristische gebied van het land, past immers helemaal in dat plaatje. Phuket was vroeger een paradijselijk eiland, maar is intussen wel sterk gemoderniseerd (met het sterk toeristische en eigenlijk te vermijden Patong Beach). De meeste hotels beschikken over restaurants met koks die zowel de Thaise, de Chinese, de Italiaanse als de Franse keuken meester zijn. Sommige chefs zijn uiterst creatief en zullen er alles aan doen om je te behagen, zeker als je open staat voor de fusionkeuken. Deze recente culinaire trend (begin jaren '90 in Londen ontstaan) wil het beste van verschillende culturen rond een Franse basis samenbrengen. Twee plaatsen die echt aan te raden zijn op Kata Beach : de

Boathouse
, een klein, zeer comfortabel en goed gelegen hotelletje, dat over niet minder dan drie restaurants beschikt (waarvan een wijnbar) en dat voor maar een vijftigtal kamertjes. Een beetje hoger, op een heuvel die twee stranden overschouwt, +ligt de
Gallery Grill
, zonder meer één van de beste restaurants om de fusionkeuken te degusteren en dit in een romantisch en elegant kader. Zelf bewaar ik schitterende herinneringen aan een heerlijke lamsbout met truffels, gecombineerd met een puree van groene asperges. Stel je daarbij op de achtergrond het geluid van de golven en een prachtige zonsondergang aan de kust voor... Meer moet ik niet zeggen... Nog één opmerking: wijnen kunnen niet zo goed tegen de vochtige hitte, het is daarom beter om te opteren voor de Australische (dichterbij dan Europa) crus en voor recente jaargangen (die nog niet te lang gelegen hebben).


 

Sukothai: Fietstocht langs de tempels

Thailand zonder tempels is als spaghetti bolognaise zonder parmezaanse kaas. Of je nu een georganiseerde of individuele (wat gemakkelijk kan in dit land) reis maakt, vroeg of laat kom je langs één van de duizenden plaatsen waar Boeddha vereerd wordt. Je zal het pad kruisen van talloze monniken al snel de symbolische poses van de standbeelden herkennen: staande, slapende of zittende Boeddha's. Naast de nog in gebruik zijnde tempels, vaak recente of gerestaureerde, kan je eveneens enkele van de archeologische sites bezoeken waar het land mee bezaaid is.

Wel oppassen van Birma en Cambodja niet te verwarren met Thailand! Als men het in Europa over boeddhistische tempels heeft, denkt men in de eerste plaats aan Angkor Vat (Cambodja) en daarna aan Pagan (Birma). Het is misschien wel zo dat hier de mooiste, best bewaarde en meest prestigieuze tempels staan, maar qua architectuur verschillen ze totaal van de Thaise. De Thaise kunstenaars deden meer met schilderen en kleuren, maar de tijd heeft de fresco's doen vervagen en de gebouwen in hun blootje achtergelaten. Ze doen meer doen denken aan de romaanse architectuur dan de gotiek. Minstens vier plaatsen in Thailand werden erkend als werelderfgoed door de Unesco: Ayutthaya, Pimaï, Sukhotaï en Sri Sachanalaï, waarvan de eerste de meeste bezoekers trekt.

 Ayutthaya is de oude hoofdstad, die de westerse afgevaardigden verwelkomde in de tijd van Lodewijk XIV en die door de Birmanen tijdens één van de talloze oorlogen werd verwoest. De ondergang van Ayutthaya leidde tot de opkomst van Krung Thep (Bangkok), verder stroomafwaarts gelegen, en die door haar talrijke kanaaltjes, de klongs, aan Venetië doet denken. Ayutthaya, trekt dagelijks een groot aantal bezoekers omwille van de nabijheid van de hoofdstad Bangkok. De duizenden bezoekers combineren deze excursie vaak met een bezoekje aan de drijvende markten. Jammer genoeg zijn de oude sites nu opgeslokt door de stad, zoals in Caïro, en worden de vroegere paleizen nu omringd door souvenirwinkels, appartementsblokken en één van de oudste en drukste autostrades.


Sri Sachanalai en Pimaï zijn authentieker en veranderen minder snel, vooral omdat ze ver van de traditionele reisroutes en wegeninfrastructuur liggen. Dit maakt het wel moeilijker om ze te bezoeken wanneer men slechts twee weken heeft om een land zo groot als Frankrijk te bezoeken. Rest ons Sukhotaï te bespreken. Hier geen probleem van toegankelijkheid, want de site ligt halverwege Bangkok en Chiang Mai, de centrale toeristische trekpleister in het noorden van het land. Vaak, bij gebrek aan tijd of informatie, wordt Sukhotaï achterwege gelaten. Men verkiest vaak het vliegtuig te nemen om de hele centrale vlakte in één uur te overbruggen. Zonde! Er zijn dagelijks tientallen bussen en treinen die het mogelijk maken de enorme groenpracht van Thailand te aanschouwen.

Een tussenstop in Pitsanulok, een provinciaal stadje op zo'n vijftig kilometer van Sukhotai, is ook een aanrader. Allerlei leuke verzertjes zijn hier mogelijk, zoals een avondmaaltijd tijdens een cruise op de rivier. Niets beter om de lokale sfeer op te snuiven. Daarna kan men makkelijk een bus of taxi nemen om de archeologische site van Sukhotai te bezoeken. Het is mogelijk om in de nieuwe stad Sukhotai te verblijven, vlakbij de site, maar het is er minder levendig, kleiner en vooral nog onderontwikkeld op gebied van hotels. Maar...dat is natuurlijk een kwestie van persoonlijke voorkeur.

Als je op de site aankomt krijg je zeker een paar autobussen met toeristen in de smiezen, maar zeker niet overdreven. De site zelf is zeer uitgestrekt en het aantal bezoekers ligt veel lager dan bij Wat Pra Keo (het koninklijk paleis in Bangkok). Sukhotai is eveneens een oude hoofdstad van Thailand. Dit was in de periode voor Ayutthaya de hoofdstad werd, namelijk toen de Khmers nog zeer invloedrijk waren en Ankor als Eeuwige Stad van Zuidoost-Azië doorging. Men moet trouwens geen historicus zijn om een aantal vreemde invloeden te ontwaren. Het centrum van de site kan men gemakkelijk te voet bezoeken. Het is er over het algemeen zeer warm, maar in de talrijke en verspreide gewelven is het aangenaam toeven. Naar mijn bescheiden mening is wandelen evenwel niet de aangewezen manier om het complex te verkennen en van de omliggende velden, heuvels en bossen te genieten. Aan de rechterzijde van de ingang kun je voor een prikje fietsen huren. Op die manier kan je alles op eigen tempo zien zonder aan het einde van de dag bekaf het hotel te bereiken. Klim op je gehuurde fiets en volg de wegwijzers langs de weg, die je zonder problemen weer bij het beginpunt zullen brengen. Tijdens een fietstochtje van enkele uren doorkruis je rijstvelden met buffels, ontdek je verborgen tempeltjes, sommige overdekt met onkruid. Terwijl je je Indiana Jones waant, beleef je een dag die totaal anders is dan de rest van de vakantie en waar je bovendien de beste herinneringen zal aan overhouden. Om een idee te krijgen van Sukhotaï, kan je op de website van de

Unesco
terecht.


 

Chiang Maï: Doi Suthep en de Hmong-dorpen

OK! Chiang Maï is een klein beetje hetzelfde als Phuket. De verplichte stopplaats, al zo vaak gezien en herzien, dat men zich afvraagt of er geen enkele andere plaats is om de heuvels en de jungle van de gouden driehoek te bezichtigen. De regio is trouwens immens. Duizenden vierkante kilometers. Je kan zo naar de grens met Laos en Birma. Of een beetje meer naar het westen, tot aan Mae Hon of Mae Rim. Je ontmoet er onmiddellijk Chinese en Birmaanse bergstammen, waarvan de girafvrouwen de meest bekende (en meest controversiële) zijn. Je moet natuurlijk prioriteiten stellen. Al deze prachtige plaatsen zijn op minder dan een dag van Chiang Maï gelegen. Dus als men niet de tijd heeft om alles te bezoeken, kan men beter opteren voor deze grote metropool in het noorden van Thailand. Hoewel Chiang Maï qua grootte te vergelijken is met Brussel, heeft de stad haar provinciale charme behouden. Vele westerlingen die in Thailand permanent verblijven, verkiezen deze stad boven Bangkok. Ze heeft +die typische ziel en levenskwaliteit die ervoor zorgen dat elke bezoeker met een gelukkig gevoel opnieuw vertrekt. Zeker niet te missen : het oude centrum (nog door de oude muren omringd), de nachtmarkt, die zeer toeristisch is, maar toch aangenaam blijft, de ontelbare tempels en natuurlijk de massage-,meditatie-, of yogascholen. Deze scholen zijn dé specialiteit bij uitstek van Chiang Maï. Zeker een bezoekje waard om kennis te maken met de oude geneeskundige praktijken en je lichaam te laten bekomen na de voorbije dagen van reizen.

Als je niet echt een stadsmens bent en de tijd en zin hebt om er een drietal dagen tussen uit te trekken, dan raden we twee interessante opties aan : één heel duur en één gratis. De dure optie luidt als volgt : je boekt een kamer in de Regent, één van de mooiste hotels van de regio, misschien zelfs van het hele land. Het hotel ligt net buiten de stad in het midden van een prachtig rijstveld. Het is er adembenemend mooi en alles wat men zich in Europa van luxe voor de geest kan halen is er voorhanden.
Onnodig om er meer over te vertellen, een bezoekje aan de

website van het hotel
zal je onmiddellijk overtuigen, tenminste als je verwant bent aan de legendarische en onmetelijke rijke koning Croesus. Anders wachten een heerlijk gevoel van voldoening en de aanblik van luxe op de top van de eerste grote heuvel op een vijftiental kilometer ten noorden van Chiang Maï. Daar bevindt zich Doï Suthep, een prachtige gouden tempel die heel het dal overheerst. Niet te missen! En als je aan wat rust toe bent, doe dan niet zoals de meerderheid van de Europeanen die zich tevreden stellen met dit bezoek, maar ga nog een paar kilometer verder, waar de koninklijke tuinen liggen, en je zult overrompeld worden door de prachtige bergflanken met een buitengewone plantenpracht.

Nog een beetje verder, waar de jungle begint, liggen de gastvrije Hmong-dorpen, die je kan bezoeken. Laat angst en schroom geen hinderpaal vormen. Als je hen respecteert, zal je niet de indruk krijgen de dorpelingen te storen in hun bezigheden. Ze leven immers van het toerisme en lijden meer onder een tekort aan bezoekers dan onder een massale toeloop. Tijdens deze uitstap krijg je op een paar uur tijd, zonder naar het einde van de wereld te moeten, één van de mooiste tempels van Thailand, een prachtige plantentuin, de jungle en één van de noordelijke bergstammen te zien. Een Duitse toerist heeft een aantal prachtige foto's van
Doi Suthep
op zijn persoonlijke website gezet. Seeing is believing...


 

Vientiane: Een beetje Frankrijk nabij de Mekong

Als men een rondreis maakt in Thailand, denkt men er niet gemakkelijk aan om de grenzen te overschrijden. Er is natuurlijk meer dan genoeg te zien en de afstanden zijn groot. Gelukkig is er een indrukwekkend aantal transportmogelijkheden. Een klassieke rondreis bevat een tocht door het Noorden, het centrum en het Zuiden. Phuket is bijvoorbeeld een echte 'must', omdat er zon en gelegenheid om lekker te zonnen en te bruinen is (denk eraan de tropische zon brandt veel heviger dan de onze!). Soms voorziet men gecombineerde formules en maakt men van de gelegenheid gebruik om een excursie naar Cambodja of Angkor te maken. Andere touroperators stellen dan weer Vietnam voor.

Zelden wordt Laos voorgesteld en dat is jammer. Laos ligt immers vlakbij Thailand en is in tegenstelling tot Cambodja of Vietnam ontzettend verschillend van Thailand. Het is zeer uitgestrekt, bijzonder dunbevolkt en bovendien een oude Franse kolonie (deel van Indochina) Ondanks de Pathet Lao Revolutie blijven tot op vandaag heel wat sporen over van deze koloniale periode. De huizen doen aan deze in Provençaalse buitenwijken denken. Ook aan de auto's zie je de sporen van de Franse periode. Er rijden nog heel wat stokoude Citroëns Traction en Peugeots 40 rond, die onderhouden worden als in een museum. De taal en de +etnische afkomst liggen dan weer dichter bij elkaar. Men ziet er steeds vaker Tuk-Tuks, zoals in Bangkok, en meer en meer hotels openen de deuren. Maar toch blijft dit een eerder marginaal verschijnsel, zelfs in de hoofdstad Vientiane. Waarom zou je het land eigenlijk niet met een bezoekje vereren als je toch in de buurt bent? Niets is makkelijker nu de grote brug over de Mekong opengesteld is en het bekomen van een visum door de overheid versoepeld werd.

Niemand dwingt je tussen Thailand en Laos te kiezen. Je kan gewoon twee of drie dagen in Vientiane verblijven. De (kleine) stad ligt aan de Mekong, tegenover Nong Khaï. Het is tevens een uitstekende gelegenheid om zo een beetje meer oostwaarts van Chiang Maï te trekken en Isâan te betreden, een Thaise regio die zeer weinig bezocht wordt. Een goede combinatie dus, zeker omdat je van hieruit na een uurtje vliegen terug in Bangkok of Zuid-Thailand bent.

Maar waarom zou je Laos aandoen, zelfs onder de vorm van een blitsbezoek? Twee redenen : de aard van de mensen en het gevoel van herkenning (Laos doet aan thuis denken). De Laotianen zijn ongelofelijk vriendelijk en gastvrij. Iedereen zegt automatisch gedag en iedereen is bereid je te helpen als je verdwaald bent. Het echt land van de glimlach is vooral door het te grote aantal toeristen in Thailand eigenlijk Laos geworden. Het land van de miljoenen olifanten, zo wordt Laos ook genoemd. Afspraak op Nam Phu, het kleine centrale plein van Vientiane. Neem de tijd om de atmosfeer op te snuiven. Al snel zal een Laotiaan op je toestappen om met hem een glaasje te drinken of je enkele wandeltips te geven, dit geheel zonder commerciële bijgedachte, maar gewoon o.w.v. het plezier mensen te ontmoeten. Als men een lijst zou opstellen van de meest vriendelijke mensen ter wereld, dan ben ik er honderd procent van overtuigd dat de Laotianen zich in de kopgroep zouden bevinden.

Tenslotte het gevoel van herkenning. Hoe kan ik dat het best beschrijven en uitleggen? +Wel, het nationale gerecht van Laos is steak met champignons. Ze eten hier met mes en vork. 's Morgens gaan de mensen naar de markt om stokbrood te kopen. Bij de bakker kan je zelfs croissants verkrijgen. Vlakbij het centrum zijn nog Franse restaurantjes, uitgebaat door oud-kolonisten, die pastis en Beaujolais serveren op tafels met een geruit tafelkleed. In tegenstelling tot Thailand, rijdt men hier rechts van de weg. Ook dit is eigenlijk een gevoel van ontheemding omdat men dit gevoel van herkenning niet onmiddellijk verwacht. Als je minstens een avond ter plaatse verblijft, neem dan het avondmaal in één van de uitspanningen aan de rivier. Dit deed mij denken aan de 'ginguettes' langs de boorden van de Marne in het oosten van Parijs. Enkel het geluid van een accordeon ontbrak nog. Maar opgepast, wacht niet te lang als je het land wil bezoeken, want het is snel en totaal aan het veranderen. Australiërs en Thai kopen het land beetje bij beetje op. Nu al spreekt enkel de oude generatie nog Frans. Nog tien jaar en er zal niets meer over schieten van die nostalgische indruk van een verloren wereld. In Azië telt immers enkel het heden en de toekomst.

Enkele beelden van Vientiane
.


Copyright © Tourism Authority of Thailand. All Rights Reserved.
 


Delen







© Vivat.be 2014

Contact | Wie zij wij?